zondag 18 februari 2018

Vals geboren of vals gemaakt?



‘Een hond wordt niet vals geboren, maar vals gemaakt’. Zelfs de minister schijnt zoiets gezegd te hebben, toen ze eventuele maatregelen van tafel veegde. 
Via - wellicht in eerste instantie vreemd ogende - vergelijkingen neem ik deze stelling onder de loep.


De mug

Terwijl ik zit te werken zoemt er voortdurend een mug om me heen. Het beest begint me meer en meer te irriteren, en zodra zij op mijn blote been plaatsneemt, mep ik haar met een rake klap uit het leven.
Dat mag. Niemand zal mij op het matje roepen, laat staan een petitie starten of stille tocht organiseren voor deze mug. 

De olifant

In een dierentuin ziet een ondernemende kleuter kans aan de aandacht van zijn ouders te ontsnappen. Hij kruipt tussen de brede tralies van het olifantenverblijf door. De olifant vindt het prima, de kleine blijft ongedeerd. Ouders en dierentuinmedewerkers komen met de schrik vrij.

Het kindje had geluk, deze olifant had positieve ervaringen met kinderen en bevond zich in een relaxte gemoedstoestand - hij zag het kind misschien zelfs als welkome afleiding.

De kleuter had ook pech kunnen hebben: had hij een getraumatiseerde of gefrustreerde, en/of van nature snel geagiteerde olifant getroffen, was het waarschijnlijk heel anders afgelopen. Kleine momenten van onachtzaamheid kunnen grote gevolgen hebben. Oók voor de olifant. 

Zowel de mug, de olifant als het kind deden allen simpelweg zoals ze van nature doen. Des mugs, des olifants, en des kinds.

De hond

Bestaat ‘des honds' ook?
Ja en nee, want er bestaan overeenkomsten tussen honden, maar ook heel grote verschillen. We hebben zo’n enorme diversiteit aan verschijningen en karakters gefokt, dat sommige honden elkaar zelfs niet eens meer – zonder zorgvuldige socialisatie - als soortgenoot herkennen. 
Mede dankzij die, eeuwenlange, bewuste selectie beschikken niet alle honden meer over het complete scala van sociale vaardigheden, en/of zijn ze beperkt in het uiten of lezen van hondentaal. We hebben dat eruit gefokt. En: wat er qua aanleg niet meer in zit, kan er – óók door training of opvoeding - niet uit komen.

Betekent dit dan dat sommige honden ‘vals’ worden geboren? 

'Vals' is sowieso een verkeerde term; honden zijn niet 'doortrapt' of 'onecht'. Bijtincidenten (naar mensen) komen in 99% van de gevallen voort uit verklaarbare oorzaken zoals angst, frustratie, pijn of ziekte. Wél bestaat er dus een enorme diversiteit aan bijtdrempel, bijtkracht en bijtintensiteit, én aan copingstrategieën en motivaties (zoals vluchten, vechten, doden of jagen).

Daarom doet een Chihuahua des Chihuahua’s, een Husky des Husky’s en een American Bulldog als een American Bulldog. 

Dat is overigens niet iets waar ze zichzelf van bewust zijn, of wat ze van elkaar (kunnen) weten. Bijvoorbeeld: als een kabouterhondje schel keffend op een reuzenhond reageert, weet hij van tevoren niet of hij een sociaalvaardig exemplaar treft, die hem begrijpt – namelijk dat hij éigenlijk bang is, pijn heeft of gewoon een 'beetje dom' is -, of dat hij de pech heeft dat hij nét een exemplaar treft die hem als irritant ervaart - als iets wat zo snel mogelijk uitgeschakeld moet worden. 

De hondeneigenaar

Door die diversiteit in honden én omdat we met zijn allen op een kluitje wonen, rust er op de hedendaagse hondeneigenaar een grote verantwoordelijkheid. Dit begint al bij de aanschaf:
- bij de keuze van het type hond – past dit type bij mij en in mijn omgeving? Kan ik hem bieden wat hij nodig heeft?
- bij de keuze van de fokker - een broodfokker of een zorgvuldige? Immers het karakter van de ouderdieren, hun gezondheid, de plek waar de pups opgroeien, en hoe de fokker socialiseert, drukken een enorme stempel.
- bij de keuze van de pup – kies je voor het meest pittige typetje, de ietwat onzekere of de meer kalme?
En die verantwoordelijkheid gaat verder bij het socialiseren, opvoeden en trainen. Met die restrictie dat je met opvoeden en trainen veel kan bereiken, maar niet de aanleg van de hond kan veranderen. Een Cavaliertje wordt nooit een Mechelse Herder. De Tosa Inu geen Golden Retriever.

Een verantwoordelijke eigenaar kent zijn hond en doet er alles aan om hem veilig te houden en te zorgen dat zijn geliefde viervoeter lekker in zijn vel zit. Zodat de kans klein is dat zijn hond zich tot ‘irritant mugje’ of ‘gefrustreerde olifant’ ontwikkelt.


Kortom, vals geboren of gemaakt? 

Vals, zoals het vaak wordt gebruikt, bestaat niet. Wél verschil in aanleg, uiterlijk en kracht, én gedrag wat wel of niet tot uiting kan komen. Zowel bij honden ... als bij hun eigenaren.




'Ben jij een mug?'         'Ben jij een olifant?'


vrijdag 19 januari 2018

Corrigeer hem dan!


‘Jij bent toch de baas? Corrigeer hem dan! En hard, anders neemt ie je niet serieus!’ Een zin die de instructeur van de hondenschool in het filmpje van Rambam (over hondenmishandeling op hondenscholen, uitgezonden op 18 januari 2018) gezegd kan hebben. 

In het filmpje zien we (rond minuut 8) een jonge herderachtige die in eerste instantie rustig lijkt te liggen, dan even opstaat, vervolgens meermaals wordt gecorrigeerd (eigenaar schudt nek vd hond) en daarna op aanwijzing van de instructeur nogmaals zeer hard wordt gecorrigeerd met een slipketting. Daarop reageert de hond vanuit angst met agressie, waarna de instructeur een fles gevuld met steentjes pakt en de hond hard op zijn kop slaat. Dan valt ie stil. 
Dus het werkt. Toch?

Halverwege het filmpje zegt de instructeur: 'mensen vinden tegenwoordig alles zielig ..'

Laten we eens kijken hoe de hond het zal hebben ervaren:
De hond zit in een beperkte ruimte en kan niet weg (binnen, onder de tafel, en aangelijnd). Hij is al bang en gestrest, zoals te zien is aan zijn lichaamstaal: oren naar achteren, staart tussen poten (= angst), gapen (= stress ontladen). 
Hij begrijpt blijkbaar niet wat de eigenaar wil, en reageert dus niet zoals gewenst wordt. Ervaart dan plotseling pijn (de fysieke correctie zijn eigenaar geeft), piept en hapt als reactie. Kan geen kant op en voelt zich bedreigd, gaat dus grommen, hapt. Voor hem is dat de enige manier waarop hij kan zeggen: ‘ik begrijp je niet, ik ben bang voor je’. Daarop volgt nóg hevigere pijn en schrik toegediend door de eigenaar én de instructeur. Als gevolg van het niet kunnen vluchten, stopt hij (op dat moment) met alle gedrag.

Wat heeft hij geleerd? Dat je bang moet zijn voor je eigenaar, en voor de instructeur; zij doen je pijn,  en zijn onvoorspelbaar. Hij heeft ook geleerd dat (het geluid van en zien van) de slipketting, de trainingslocatie, en flessen foute boel zijn. En als je pech hebt, gaat hij generaliseren: alle mensen worden 'foute boel'. Honden associëren immers.

Wat is het gevolg? Dat hij wellicht in de ogen van eigenaar en instructeur (al dan niet tijdelijk) ‘gewenst gedrag’ vertoont ('zie je wel, het werkt!' denken zij)  – áls hij heeft begrepen wat oorzaak en gevolg is. 
Maar ... alleen in bepaalde situaties, én als er geen mogelijkheid is de pijn te ontlopen. Dus als hij aangelijnd is, de slipketting om heeft, en/of binnen een bepaalde straal van zijn eigenaar en of de instructeur is. Uit angst.

Wat is er nog meer gebeurd? De hond loopt op zijn tenen in de buurt van de eigenaar (en instructeur, en wellicht ook andere mensen), hij weet immers nooit wanneer zij hem ineens pijn doen. De relatie tussen hond en baas staat zwaar onder druk. Ieder moment dat de hond, keurig communicerend, laat zien en horen dat hij bang is en zich bedreigd voelt, wordt hij afgestraft. 

Welke keuzes heeft hij dan nog?
-     - Hij kan 'kiezen' voor learned helplesness. Hij neemt géén initiatieven meer en blijft altijd bang voor zijn eigenaar – en is nu ook angstig voor vreemden (met dank aan de instructeur). 
-     - Hij kan er ook voor kiezen om, op de momenten dat hij zich geprovoceerd voelt of de situatie niet duidelijk is of als de eigenaar eens minder fit is, en hij minder gevoelig wordt voor de correcties, om  heftigere agressie in te zetten en écht te bijten. (Zeker als het een reu betreft die straks volwassen wordt) 
      Omdat het communiceren is afgestraft, bestaat zelfs de kans dat hij niet meer dreigt, maar gelijk hard bijt. En dan zegt men: ‘zie je wel, die hond is écht onbetrouwbaar, levensgevaarlijk!’ En dan? 

      En dit: door de vele stressvolle situaties, en onvoorspelbaarheid van zijn wereld, kan deze hond óók in andere situaties agressief worden. Chronische stress kan zelfs tot fysieke problemen lijden: dwangmatige handelingen, depressie en belast het immuunsysteem.

‘Maar’, zul je misschien zeggen, ‘die hond moet toch weten wie de baas is?’ Moet je die agressie dan over je kant laten gaan? Dan loopt de hond over je heen!’
Laten we vooropstellen dat niet alle honden gelijk zijn; niet alleen de rassen en types verschillen, maar ook de individuen. Niet alle honden reageren met agressie, sommige ondergaan alles gedwee. Sommige honden zetten sneller agressie in dan andere, om diverse redenen (nurture & nature). Belangrijk is de oorzaak te achterhalen. Niet zelden is dit pijn!
Moet je écht door fysiek geweld baas zijn? Met fysieke onderdrukking opvoeden uit angst dat hij anders de macht grijpt, is niet alleen achterhaald maar écht niet nodig. 

Hoe had het ook gekund? 
Blijkbaar wil men dat de hond rustig blijft liggen. 
De belangrijkste voorwaarde voor rustig en ontspannen kunnen liggen is allereerst: je veilig voelen! 
Daarnaast moet zijn mens zich ook ontspannen gedragen en voelen, immers ons gemoed heeft altijd invloed op onze honden.
Gaan liggen en blijven liggen op commando kun je oefenen door de hond te belonen voor het liggen. Dat bouw je langzaamaan op en uit. Hierdoor leert de hond dat het leuk is om te liggen, herhaalt hij het de volgende keer graag, en ontstaat er een ontspannen gemoedstoestand. Hij heeft een leuke associatie met zijn eigenaar en de oefening en krijgt vertrouwen. Er is geen reden voor stress, angst, laat staan agressie.

‘Maar … dan doet hij het alleen voor het koekje’, zul je wellicht denken. ‘En, honden geven elkaar toch ook geen koekjes?’
Klopt, maar … honden vragen ook niet zulke ‘rare’ oefeningen en onlogische dingen van elkaar als wij doen. Honden beperken elkaar ook niet in vrijheid (aanlijnen, opsluiten). 
Honden hebben geen keus over waar zij komen te wonen. En wij vragen nogal wat van onze honden in onze leefomgeving. Ze op een leuke manier oefeningen aanleren en belonen voor gewenst gedrag is het minste wat je kunt doen. En respectvol met ze omgaan; we weten toch dat honden, net als wij, emoties en behoeften hebben?

Aan jou de keuze: wil je je hond middels angst en onderdrukking opvoeden of in veiligheid en vertrouwen? 




De manier waarop wij met onze dieren omgaan, 
zegt veel over onszelf








woensdag 1 november 2017

IMPULSCONTROLE


Wie kent niet het ‘wil je nu één snoepje, of straks twee?’ Een moeilijke keuze.
Zelfs voor honden is er tegenwoordig training in impulscontrole. De viervoeter moet zich leren beheersen, en als hij goed zijn best doet, mag hij als beloning doen wat hij zo graag wil.

Wannahave 

Je goed kunnen beheersen is een kunst op zich. Moest je er in de prehistorie als de kippen bij zijn als je eindelijk iets te eten vond, tegenwoordig is er juist een overkill aan aanbod. Bijzonder gehaaid wordt alles aangeprezen. 
Neem nu zo’n schattige pup. De foto van de grote, smekende ogen en hoge aaibaarheidsfactor op een verkoopsite maken het tot een wannahave. 
Men gaat 'alleen maar even kijken'. Ter plekke wordt beredeneerd waarom juist déze pluizenbol altijd al een groot gemis in het leven is. 

De puppyhandel floreert als nooit tevoren. Men steekt maar wat graag de kop in het zand als het gaat om de ellende die erachter schuil gaat. Want, liever nu dan wachten.


Ooit ... 

Onlangs kwam ik een bijzonder staaltje impulscontrole tegen. 
Op een hondenevenement kwam ik aan de praat met een echtpaar. Omdat ik al had gezien dat zij met vele hondeneigenaren contact hadden, ging ik ervan uit dat er óf al een exemplaar van dit ras thuis aanwezig was, óf dat zij op de lijst voor een puppy stonden. 
Niets van dat alles.
Zij werken allebei fulltime. Omdat ze zo dol op het ras zijn, gaan ze al jaren(!) in het weekend naar zoveel mogelijk hondenevents om deze honden te zien, horen en voelen, en met fokkers en eigenaren te praten.
‘Gisteren waren we nog bij een ander event, daar heb ik ook heerlijk kunnen puppyknuffelen, en vandaag al weer! Ik ben een gelukkig mens’, sprak de dame. ‘Ooit, als we beide niet meer werken, hopelijk dat er dan eentje kan komen. Maar dan hebben we in ieder geval al een goede indruk van hoe ze zijn’.

Liever wachten, dan nu.

Voor iedereen die dat moeilijk vindt …
Cadeautip voor de feestdagen: Cursusje Impulscontrole?







dinsdag 11 juli 2017

HOOG RISICO

Note: bij het schrijven van dit blog was er nog sprake van het ingaan van een nieuwe wetgeving per 1 januari 2018. Dit is voorlopig van de baan, maar het item blijft de gemoederen bezig houden.


A: ‘Waarom moeten motor- en brommerrijders een helm op? En waarom moeten autobestuurders een gordel om?’

B: ‘Vanwege het feit dat ze dan beter beschermd zijn als ze een ongeluk krijgen.’

A: Maar ze hebben toch hun rijbewijs gehaald?

B: Ja, maar dan nog, er kan altijd een ongeluk gebeuren doordat iemand niet oplet of een fout maakt.

Dus voor ‘het geval dat’ ondanks dat iedere verkeersdeelnemer (in principe) over een rijbewijs beschikt. Logisch toch? 
Toch volgen we deze logica niet als het om honden gaat.



MOTORVOERTUIG VERSUS HOND


Met ingang van 1 januari 2018 gaan er speciale regels voor hoog-risico honden(1) gelden. Zeer recent is ook een aanpassing van artikel 425 in het wetboek van strafrecht aangekondigd. Zo wil de minister van Veiligheid en Justitie dit artikel verbreden met het strafbaar stellen van ‘het aanhitsen van een dier tegen een ander dier en het onvoldoende terughouden van een dier dat aanvalt.’ Deze aanvulling zal dus niet alleen betrekking hebben op hr-honden...

Het muilkorven, als preventieve maatregel, is losgelaten. Ja, een muilkorf-verplichting kan altijd nog, per individu, door een gemeentelijke instantie worden opgelegd. Als de hond al gebeten heeft… Terwijl de muilkorf een uitstekend middel is om een hond veilig te houden wanneer men zich in het verkeer begeeft. Anders dan een helm of gordel houdt het anderen veilig, én indirect ook de hond en eigenaar zelf. 
(Een muilkorf op een prettige manier aanleren is niet zo moeilijk en als de muilkorf geassocieerd wordt met leuke dingen doen, én consequent wordt gedragen, is een hond er zo aan gewend.)


Natuurlijk gaat de vergelijking tussen motorvoertuigen en honden niet helemaal op. Anders dan motorvoertuigen hebben honden (dieren) een eigen energie: ze kunnen uit zichzelf soms onverwachte dingen doen, en staan, ook zonder bestuurder, 24/7 aan.

Om toch de vergelijking door te trekken: Bij sommige honden is gebleken dat ‘de rem’ niet altijd optimaal werkt, zélfs niet bij een ervaren bestuurder met rijbewijs. Het probleem is, dat je er vaak pas achter komt op het moment dat je moet remmen…

Voor auto’s hebben we altijd nog de verplichte APK opdat een deskundige, van een gecertificeerd bedrijf, af en toe controleert of alles nog werkt en je er veilig mee op straat kunt.


VERPLICHT CURSUS VOLGEN? Net als een rijbewijs halen?


Een van de regels die per 2018 van kracht gaan, is deze: ‘de eigenaar van een hoog-risico hond moet verplicht een cursus volgen’. Is dat dé oplossing? 
En moeten eigenaren dan een ‘rijbewijs’ halen of is alleen – fysiek - aanwezig zijn voldoende?

Eens, dat een goede hondenschool eigenaren inzicht en begeleiding kan bieden bij het ‘besturen’, het onder controle houden, van hun hond. M.i. is dat niet alleen fijn voor een bepaald type hond en eigenaar. Ik gun het óók hondjes zoals Chihuahua’s en Pommeriaantjes dat hun eigenaar meer inzicht in hondengedrag en handigheid krijgt (het zal toch wat slachtoffers kunnen voorkomen), én ik gun het óók hun eigenaren, opdat zij kunnen leren hoe mooi en waardevol het wezen hond is en wat deze nodig heeft. Maar of je het moet verplichten?

Terug naar de vergelijking:

-       - Wat is een goede autorijschool? 
     Er bestaan diverse autorijscholen, maar uiteindelijk moeten ze allemaal hun leerlingen exact dát leren wat nodig is om het rijbewijs te halen. Rijschoolhouders kunnen niet zonder de benodigde opleiding en papieren een rijschool beginnen en examinatoren kunnen ook niet zomaar examinator worden.

-       - Wat is dan een goede hondenschool? 
     Is dat iemand die net de ‘benodigde’ papiertjes heeft behaald (waar? Bij welk instituut?), wél een handige babbel, maar nog nul ervaring heeft? Of is dat die ex-politieman die al zijn hele leven honden met harde hand de les kan leren? Of die snelle selfmade dame/heer, honden in een uurtje kan ‘fixen’, maar die hondenwelzijn en lange termijneffecten vergeet? Of die gezellige club waar iedereen voor een habbekrats terecht kan, gedreven door lieve mensen en waar het altijd een feestje is? Er bestaan zoveel soorten en maten scholen en clubs, hoe weet een leek waar hij goed zit? Hoe weet de overheid waar men goed zit?
Zolang hondenscholen als branche nog steeds in een soort hobby-hoek hangen… er nog geen erkende keurmerken zijn, door onafhankelijke instanties, hoe weet de overheid dan waar eigenaren met hr-honden naar toe moeten?

Even los van de speciale kennis die met betrekking tot hr-honden noodzakelijk is: 
Wat zouden eigenaren m.i. moeten kunnen leren op zo'n hondenschool? 
Daar zie ik overeenkomsten met het halen van je rijbewijs:

-       - Verkeersregels, weten hoe de auto werkt: gaspedaal, spiegels, rem, stuur etc. (O.a. hondentaal, -gedrag en leerprincipes, handig worden in het 'bedienen' van je hond)

-       - Verkeerssituaties leren inschatten: in welke situatie moet je stapvoets rijden, wanneer remmen, terugschakelen en waar mag je harder? (Hoog-risicosituaties herkennen: in welke situatie is het gevaar voor en door je hond groter; weten wanneer je hem moet beperken of wanneer hij juist meer vrijheid aan kan). 
     Ongelukken voorkomen: weet wanneer je nog nét door oranje kan of het misschien zelfs verstandiger is, en kijk niet op je telefoon tijdens het rijden…

- Het zou helemaal fantastisch zijn als men dit ook zou kunnen leren: 
ken je hond én ken jezelf – je mogelijkheden en beperkingen. Beperk jij je met je Daihatsu Cuore tot de buurtsuper of kun je in je Ferrari, mét racelicentie, het circuit op? 


GEMOTIVEERD


Een groot verschil tussen het rijbewijs en ‘hondenhoudbewijs’ is dat je éérst je rijbewijs moet halen, voordat je de weg op mag. Hondeneigenaren kunnen ongeacht kennis en inzicht een hond van ieder ras of type, op de meest dubieuze plekken, aanschaffen en zich ermee in het drukke verkeer begeven. En begeven zich er al een tijdje in. De motivatie tot het doen van een cursus zal bij sommige (misschien wel vele) ontbreken. Hoe bereik je als instructeur ongemotiveerde en onverantwoordelijke eigenaren in je lessen? Dat is toch ineens een totaal andere doelgroep. 
Ook al zitten er – op papier - sancties vast aan het niet volgen van een cursus voor hr-hondenbezitters, wie gaat het controleren (en betalen)? 

Maakt een verplichte cursus een onverantwoordelijk type eigenaar verantwoordelijk? 
Maakt een cursus - getraind zijn - honden daadwerkelijk veilig?
Maakt het hebben een ‘bewijs van kennis en kunde’, dat er geen ongelukken meer gebeuren? Ongelukken zitten vaak in kleine momenten van onachtzaamheid of in niet-voorziene situaties. En dan hebben we het niet eens over laakbaar gedrag.
Kortom, is een verplichte cursus dé oplossing?

INDIVIDU


Natuurlijk kun je voertuigen niet vergelijken met levende wezens. Iedere Audi A4 met dezelfde specificaties is hetzelfde. Maar niet iedere Boerboel of Pitbull is hetzelfde. Ook niet iedere Labrador of Bordercollie. 
Niet alleen de hond, maar ook iedere eigenaar, en zijn leefsituatie, is anders en ook dat maakt risico’s groter of kleiner. De eigenaar is uiteindelijk de persoon die zijn hond veilig moet houden. 
De extra moeilijkheidsgraad van hoog-risico honden is dat de signalen voor de aanval zeer subtiel of zelfs afwezig kunnen zijn. Welk individu die ‘defecte rem’ heeft, is aan de buitenkant niet te zien; er is zelfs een aanzienlijke kans dat deze bij een APK (gedragstest) niet aan het licht komt. We weten alleen dát de kans erop bij hoog-risico honden groter is vanwege het doel waar ze (ooit) voor gefokt werden.


Als er bij een bepaald type auto een vergrote kans bestaat op defecten, zou het type niet meer worden verkocht. De fabrikant haalt deze auto’s terug, hij is immers aansprakelijk, en de verkoop van het complete merk zou drastisch dalen. 
Iets vergelijkbaars hebben sommige rasverenigingen ook – al dan niet tijdelijk - gedaan bij hun geliefde rassen; ze gingen gedragstesten verplichten voor fokdieren en alleen pups uit goedgekeurde ouders kregen een stamboom. Dat is mede de reden dat de stamboomhonden de dans ontspringen. (Stamboomhonden staan geregistreerd, men weet wie ouders en voorouders zijn, en daarmee is die groep dus beter controleerbaar en beïnvloedbaar.)


TOT SLOT


Kortom, goede ideeën en goede wil bij velen, maar de uitvoerbaarheid en controle zijn het zwakste punt. Zou, naast kennis en training, zoiets simpels als het dragen van een muilkorf, die in tegenstelling tot een ‘hondenhoudbewijs’ voor iedereen zichtbaar is, niet al veel ongelukken kunnen voorkomen én veel mensen een veiliger gevoel bezorgen?

Voor de mensen die menen dat hun eigen hond nooit een hoog risico zal vormen: kún je objectief naar je eigen geliefde dier kijken? Ook buiten de groep van de hr-honden bestaan honden – met en zonder stamboom - die een zeer hoog risico vormen.

Jij en ik, wij houden toch ontzettend veel van (onze) honden? 
We weten allemaal hoe belangrijk honden kunnen zijn. Honden zijn fantastische dieren! Man's Best Friend!
Het is toch verrekte jammer dat het zo ver moest komen dát er van hogerhand meer en meer regels worden opgelegd. Iedere hond en iedere eigenaar is erbij gebaat dat er géén ongelukken gebeuren. Omdat dit niet alleen in het leven van het slachtoffer (mens of hond) en dader (hond en eigenaar) ingrijpt, maar ook in dat van families, vrienden, getuigen, en uiteindelijk dat van hele hondenpopulaties en hun eigenaren.





PS Vind je de vergelijking tussen motorvoertuigen en honden mank gaan? 
Bedenk dan dat in de tijd dat het automobiel populairder werd, men het idee over een rijbewijs en verkeersregels en -borden ook belachelijk vond. Ook de gordel- en helmverplichtingen werden niet toegejuicht. Weg vrijheid! 


1 Wat zijn hoog-risico honden:
 2 Meer info over maatregelen tegen hoog-risico honden:
3 Over het rijbewijs, vroeger en nu:
http://www.isgeschiedenis.nl/historische-foto/geschiedenis_van_het_rijbewijs/


vrijdag 3 maart 2017

WANNA PLAY??




‘… samen spelen, samen delen. Ook al ben je nog zo klein, samen spelen is pas fijn’ is de tekst van een kinderliedje die ongevraagd in mijn hoofd opkomt. Geen tientallen, maar honderden honden en hun baasjes lopen op een zonnige zondag in het hondenlosloopgebied. Allemaal met één doel: het fijn hebben. Het toppunt van fijn hebben is ‘fijn samen spelen’. 

Als we een puppy kopen, dan hoort een puppy speels te zijn en dus veel te willen spelen. Ieder contact grijpen we aan om ze gezellig te laten spelen. Inderdaad, fijn samen spelen is zelfs goed voor heel veel dingen. Op de site van Jantje Beton is te vinden: ‘van buitenspelen worden kinderen gezonder, slimmer en socialer’. En puppy’s zijn nét kinderen. Of andersom.

Wil ieder kind aldoor tikkertje doen of stoeien? Er zijn ook kinderen die liever in hun uppie beestjes in de zandbak willen bestuderen, of – samen - kastelen bouwen. Er zijn kinderen die (wilde) interactie met andere kinderen niet zo heel fijn vinden, en vrij snel gaan huilen als het spel te ruw wordt (waarmee hun gevoel over ‘fijn’ spelen gelijk weer is bevestigd), terwijl het andere kinderen niet wild genoeg kan gaan. Ieder kind is dus anders.

Worden ze inderdaad socialer? Als je ziet dat een kind een ander kind ‘voor de grap’ hard met een schepje op het hoofd slaat, laten wij dat dan gaan? Naar gelang het type ouder krijgt zo'n kind het advies: ‘Mep maar goed hard terug’ (want laat 'm maar een toontje lager zingen), of: 'Heej, niet doen! Dat is niet lief, dan doe je hem pijn', met de intentie om kinderen leren rekening te houden met elkaar. Op de crèche en op school leren ze doorgaans ook dat laatste.

Toch herkennen we ook in volwassen mensen vaak nog steeds De Schepjesmepper en De Beestjes-observator.

Bij honden zijn er ook diverse types: Rauwdouwers ('Bully’s'), Blijf-van-mijn-lijfhonden, Eeuwige-puppytypes, Serieus-geborentypes en natuurlijk nog veel meer.




Dat er op een hondenstrand relatief weinig conflicten zijn, komt doordat eigenaren door lopen en honden elkaar ruim kunnen passeren als ze willen, de ruimte en tijd hebben om af te tasten, en als de ene hond niet leuk of interessant is, dan de andere wel. Daarnaast is het op het strand overzichtelijk en weids, daar houden honden van. Geen smalle paadjes en onoverzichtelijke bochten waar je ineens oog in oog komt te staan met een soortgenoot, of binnen hordes soortgenoten belandt en je geen kant uit kunt. En... waarschijnlijk blijven de notoire vechtersbazen ook thuis.
De kans op conflicten wordt groter als mensen langer op een plek, zoals het terras, verblijven. Dan gaan er andere belangen meespelen. Denk aan territoriumdrift (dit terras is van mij) of voedselagressie (dat wat hier op de grond ligt is van mij en dat wat mijn baasje op zijn bord heeft ook). Kortom: onzekerheid, opbouwende spanning, omdat onbekende honden en mensen steeds ongewild bij jou en je baas in de persoonlijke zone blijven komen.

Als je goed observeert, zie je veel volwassen honden weliswaar even kort contact maken ('hallo wie ben jij?') maar niet tot spel besluiten. Sommige honden zijn leuk aan het spelen, andere lijken fijn te spelen.




Wanneer kan er fijn samen worden gespeeld? Als er voldoende vertrouwen is - en dat kan al snel als honden in elkaar hetzelfde (spel)type herkennen -, maar vaak heeft het tijd nodig. Als ze allebei in een playing mood zijn, en van hetzelfde type spel houden. Als het spel gelijk op gaat (dan ‘wint’ de ene even en dan de andere); grote honden die met kleintjes spelen doen soms bewust aan self handicapping. Als er geen andere belangen of drijfveren meespelen (frustratie, bezit). Als ze elkaar niet pijn doen, en er tijdens het spel steeds rekening wordt gehouden met elkaar. Kortom: als beide partijen er evenveel lol aan beleven.

Hoe kun je zien of er leuk gespeeld wordt?
Aan het vriendelijk vragen: ‘Wil je spelen’? O.a. te herkennen aan de spelboog (het door de voorpoten gaan), in combinatie met een speelse mimiek, een speelse staartactie (geen strakke staart of stijve kwispel) en bijvoorbeeld zacht uitdagend happen, aanduwen, blaffen of voorzichtig bek-likken (paaien). Vervolgens moet de uitdagende hond het weten te herkennen als de andere hond geen zin heeft (wegkijken, weglopen, verstarren, grauwen of snauwen, stresssignalen etc.). Het goed kunnen communiceren en rekening met de ander willen houden is dus essentieel.




Kunnen alle pups fijn leren spelen?
Wij hebben ontzettend veel verschillende rassen gecreëerd. Types met een meer natuurlijke, wolfachtige inslag staan doorgaans serieuzer in het leven dan types die gefokt zijn op hun puppylooks. Er bestaan rassen die gefokt zijn om goed met soortgenoten samen te kunnen leven (meutehonden, sommige retrievers), maar ook die gefokt zijn op zelfstandigheid en waakzaamheid (waakhonden, kuddebewakers), of op mensgerichtheid (zoals vele herderachtige) en zelfs types die gefokt zijn op het uitschakelen van soortgenoten. Ook bestaan er harde en zachte honden.

Binnen die types bestaat er individuele variatie, maar het leuk vinden om altijd en overal met iedereen te willen spelen, of überhaupt interactie te willen hebben, moet wél in de aanleg aanwezig zijn. Zit het totaal niet in de aard van het beestje, dan kun je ‘socialiseren’ tot je een ons weegt, maar wat er niet in zit, komt er niet uit. Voor de meeste pups geldt dat socialiseren - het aangepast leren omgaan met soortgenoten - echt maatwerk is. Soms is less more.

Afhankelijk van je hond kun je dus inschatten hoe fijn er gespeeld gaat worden, en hoe een hondenlosloopgebied wordt ervaren.


Maar misschien wordt het ook tijd voor modernere kinderliedjes.  😉