zaterdag 6 maart 2021

Stelling kritisch bekeken: Laat 'm snuffelen!

 

Eén van die stellingen die je tegenwoordig veel hoort, is: ‘Laat ‘m snuffelen, want dat is goed voor je hond.’ Is dat zo?

 



De onderbouwing van deze stelling is: een hond is een ‘geurdier’. Door je hond overal en altijd uitgebreid te laten snuffelen zou je tegemoet komen aan zijn behoeften, en dit zou goed zijn voor zijn welzijn. Maar is dat ook zo?

Laten we als voorbeeld eens 3 verschillende honden bekijken als zij snuffelen:

Hond A: snuffelt even aan een graspol, vervolgens aan een lantaarnpaal, en loopt al snuffelend met zijn neus vlak boven de grond rustig door. Zijn lichaam is ontspannen en verandert niet tijdens of na het snuffelen.

Hond B: snuffelt, snuffelt nog eens intensief aan een lantaarnpaal, draait een rondje, snuffelt nog eens, zijn staart gaat meer de lucht in, lichaam verstrakt. Hij tilt zijn poot hoog op en plast hoog tegen de paal. Krabt fanatiek na met strakke poten, kijkt spiedend om zich heen, zijn lijf staat strak en staart hoog. Hij loopt vervolgens in versnelde pas, met zijn lichaam opgeheven en strakke staart verder.

Hond C: snuffelt, snuffelt nog eens intens in het gras, en blijft als vastgeplakt staan aan die geurplek. Is niet meer mee te trekken. Hij klappert met zijn tanden en gaat kwijlen, zijn oren komen verhoogd in de nek, de staart gaat hoger. Hij piept wat, kijkt wazig voor zich uit, en lijkt de rest van de wandeling niet meer aanspreekbaar.

Wat gebeurde er bij deze honden?

Hond A ruikt van alles, maar deze geuren veranderen niet gelijk zijn stemming. Hij vindt soortgenoten allemaal wel oké. Hij is vooral geïnteresseerd in alles wat eetbaar is. Dát rook hij hier nog niet. Dus … verder snuffelen.

Hond B ruikt dat zijn aartsvijand hier net ook was. De geur roept negatieve emoties op. Hij maakt zich fysiek en mentaal alvast klaar voor de confrontatie.

Hond C is een ongecastreerde jonge reu. Hij ruikt een bijna loops teefje. Vanaf dat moment kan hij aan niets anders denken dan aan haar. Waar zou ze zijn?? Hij verkeert uren in een roze wolk en eet zelfs niet meer.


Geur = emotie

Onze honden leven niet meer in de vrije natuur, ze leven in een enorm drukke (geuren)wereld. Geuren verschaffen informatie, maar geuren triggeren ook emoties: positieve of negatieve. Geuren zijn nooit neutraal. Die gevoelens bepalen mede hoe je hond de wandeling - zijn omgeving - beleeft. Geuren kunnen dus geruststellen, maar ook opwinden en angst of boosheid genereren. 

 

Kalmeren

Sommige honden gaan ‘ineens’ op de grond snuffelen als ze een andere hond of mens zien. Zij doen dat als ze een ontmoeting spannend vinden of er geen behoefte aan hebben. Zo vermijden ze oogcontact, kunnen ze eventueel zichzelf en/of de ander kalmeren en worden conflicten voorkomen. Dat gedrag wordt vaak ‘oversprongsnuffelen’ genoemd.

 

Kijk naar zijn gedrag

Wat doet snuffelen met jouw hond? In welke situatie? Genereert het vervelende emoties? Verhoogt het de spanning en/of opwinding? Dan is het wellicht fijner om vrolijk maar resoluut door te lopen en hem af te leiden met iets leuks. Zie je dat hij door te snuffelen juist ontspant? Dan is het fijn voor hem als hij de tijd en ruimte krijgt om te snuffelen.

De meeste honden ontspannen wel al snuffelend tijdens een boswandeling, vooral in een bos waar weinig andere honden en mensen lopen. Heeft je hond veel jachtdrift, dan bestaat de kans wel dat hij zijn neus achterna wil gaan …


Kortom, het effect van ‘laat hem snuffelen’ is voor iedere hond, en in iedere situatie anders.

 

Ps bedenk dat jouw hond voortdurend een veelheid aan geuren ruikt, ook als hij niet zichtbaar snuffelt. Deze kunnen hem blij maken, maar ook verontrusten. Dat verklaart ook waarom honden de ene keer 'zo maar' meer gespannen kunnen zijn dan de andere keer.



hannekereitsma.nl



vrijdag 19 februari 2021




Moderne stellingen kritisch bekeken:

Geef ‘m keuzevrijheid!

 

Op social media lezen we tegenwoordig vaak het advies: geef je hond ruimte om te kiezen. Geef je hond zelf controle over de situatie! Vaak als, logische, tegenreactie op welzijn schadende methoden waarbij honden juist ernstig beperkt en hard gestraft worden.

 

Overprikkeld of …

In mijn praktijk zie ik echter ook steeds vaker honden die heel druk gedrag vertonen. Zodra ze wakker worden of de bench uit komen, stuiteren ze onophoudelijk de wereld tegemoet; ze springen, blaffen, draaien soms letterlijk door!

Tegenwoordig is het ook hot om daar het label ‘overprikkeld’ op te plakken. Dat kan zeker. Onze huidige leefomgeving is voor veel honden vaak erg druk, en veel gezinnen, én honden, hebben erg volle agenda’s. Niet iedereen is daar evengoed tegen bestand. Vaak zien we dat ‘ontprikkelen’ – meer rust geven, ontspannen en prikkels wegnemen - goed werkt.

Er zijn echter ook honden die ondanks rust of mindfulle wandelingen en hersenwerk blijven uitdagen, druk doen en zelfs steeds onaardiger richting bezoek worden. De kids zitten inmiddels alleen nog maar als zoutpilaartjes met de voetjes op de bank, anders worden ze gebeten en besprongen. Omwille van de hond en zijn keuzevrijheid.

 

Hond = peuter

Het is een mooi uitgangspunt om je hond de ruimte te geven eigen keuzes te maken, en alleen goed gedrag te belonen. Maar wacht eens even….

Hoeveel ruimte geef jij je peuter, als je zo’n peuter hebt die niet stilletjes en afwachtend in zijn stoeltje blijft zitten, maar die alles pakt en overal opklimt? Is de box dan geen uitkomst, zodat je in ieder geval héél snel even naar het toilet kan?

Hoe loop jij met je peuter op de stoep langs het verkeer? Aan het handje … of laat je hem gewoon de weg over rennen?

En als je peuter hard op zijn zusje timmert? Stop je hem dan? Of ... wacht je gewoon maar af tot ie zelf stopt?

 

Keuzestress!

Net als jonge kinderen kunnen honden de consequenties van hun gedrag niet overzien. En net zoals niet ieder kind evenveel vrijheid aankan, kan ook niet iedere hond dat. Zij hebben last van keuzestress, weten van gekkigheid niet wat te doen, of maken ‘onhandige keuzes’ met de kinderen, visite, de kat en andere honden. Keuzevrijheid is mooi, maar niet ten koste van anderen, of met gevaar voor zichzelf.

Veel honden vinden het héél fijn dat je ze ‘helpt leren zwemmen’ in plaats van ‘laat verzuipen’. Help zo'n hond door hem te vertellen wat je van hem wilt, en voorkom dat hij verkeerde keuzes maakt. 

Begrenzen doe je natuurlijk niet met grof geweld, maar wel proactief en duidelijk: dit niet, maar dat wel - en het gewenste gedrag beloon je. Dit draagt bij aan veiligheid en vertrouwen, en voorkomt een heleboel stress en frustratie. Niet alleen bij je hond.

 

Begrens. Mét en uit liefde.

 

 

 

Hanneke Reitsma, kynologisch gedragstherapeut

zaterdag 6 februari 2021

Zo onderscheidt u een goede van een slechte fokker

 




Een goede fokker zegt nooit:

‘Als u hem nu niet meeneemt, is ie weg’. Of: ‘Er komt straks nog iemand, dus ...’.

Een goede fokker zet u nooit onder druk! Een goede fokker wil dat u heel goed nadenkt over of u wel geschikt bent en vertelt u wat deze pups nodig hebben en houdt zijn pups liever langer dan ze aan de eerste de beste mee te geven! Een goede fokker wil namelijk dat zijn pups goed terecht komen. 

‘Wie het eerst komt, heeft eerste keus’. 

Een goede fokker probeert zo goed mogelijk de juiste match te maken: welke pup past het beste bij welk gezin. Hij 'hoort u uit' om te ontdekken wie u bent, en kent zijn pups, en hun diverse karaktertjes, goed.  

‘De moederhond is even weg …’ 

Smoesjes! Een moederhond is nooit ‘even’ weg! Een moederhond hoort bij haar pups in de buurt te zijn. Tenzij ze echt overleden is, vraag dan bewijs, en dan nog gelden al die andere argumenten die u hier vindt.

‘We hebben deze pup(s) gered, daarom zijn ze een beetje moe/sloom/ziekig’. 

Onzin! Sommige handelaren spelen juist in op uw gevoel een pup te willen redden en te willen verzorgen. En vragen desondanks belachelijke bedragen … Zij worden rijk van zieke pups!

'Een beller is sneller'. 

Louche handelaren verbloemen graag hoe de pups worden gehouden, willen niet getraceerd worden, geven dus liever niet vooraf het adres, en wisselen zelfs van telefoonnummer! 

Let wel: een verantwoorde fokker vindt het ook belachelijk als u ineens voor zijn deur staat met de vraag of hij pups heeft ...

‘Ik bezorg hem bij u thuis’ (als u niet eerst al eens of meermaals bij de fokker thuis geweest bent)

Een handelaar/broodfokker verbloemt zo hoe de pups gehouden worden, en is minder goed te traceren. Een goede fokker zal absoluut willen dat u ruim vooraf thuis komt kennismaken met de moederhond en de pups. 


Een broodfokker/handelaar prijst de pups aan met alleen positieve woorden:

Het zijn ‘perfecte gezinshonden’. Ideaal ras voor u!  Ze zijn lief, vrolijk en speels.

Een goede fokker vertelt u juist de nadelen! vertelt welke eisen het ras/type aan u stelt qua gedrag en opvoeding, en is ook eerlijk over de erfelijke aandoeningen. Laat ook vol trots de gezondheidsonderzoeken zien. Een goede fokker weet dat u zwicht bij het zien van pups, en gaat daar vooral NIET in mee.


Een goede fokker zet zijn pups niet pas met 8 of 15 weken op internet/MP. En heeft niet zogenaamd geen foto’s meer van het nest toen de pups jonger waren, omdat ze gewist zijn of zijn mobiel verloren of gejat is …. Alleen broodfokkers hebben zulke smoezen!

De foto’s van de advertentie komen overeen met de werkelijke pups, én u ziet de moederhond. Ook is er betrouwbare info over de vaderhond: foto’s, een naam en een adres, zodat u contact op kan nemen met de eigenaren van de vaderhond. Check dit voordat u koopt! Ps het karakter en de gezondheid van de vaderhond is net zo goed van belang voor de pups!

Een fokker die zegt dat pups ZONDER stamboom gezonder zijn, liegt. Dit is puur een smoes om géén gezondheidsonderzoeken te hoeven doen met de ouderdieren, zoals dit voor veel stamboomhonden wel vereist is. Tegenwoordig is dna-afname van de stamboompups verplicht, hierdoor kan er niet worden gesjoemeld. Check dit voor het ras van uw keuze vooraf, via o.a. houdenvanhonden.nl of licg.nl welke erfelijke ziekten voorkomen en waarop ze moeten worden gescreend en geschikt bevonden.

Bij 'rashonden' zonder stamboom, kan het maar zo zijn dat de ouderdieren broer en zus zijn, met alle gezondheidsgevolgen van dien .... Kunt u dat zien aan de pups? Nee dus. 

Het is onmogelijk om eenzelfde pup met of zonder stamboom te krijgen. Dan wordt er gesjoemeld. Of het zijn geen erkende stambomen. Bij een stamboompup zijn de ouders van hetzelfde ras, hebben beide ouders een erkende FCI-stamboom, en wordt het gehele nest aangemeld om een stamboom te verkrijgen. Weet u hoe een écht stamboom eruit ziet? Oriënteer u vooraf, als u een rashond wilt.

Bij een goede fokker verblijven de pups niet in een schuur of loods of hokken of bakken – al dan niet met schoon zaagsel -, zonder moederhond.

Let wel: Het feit dat de pups in een gezin zitten, wil niet zeggen dat dit gezin de pups ook heeft gefokt en de moederhond heeft. Steeds meer handelaren bieden gezinnen geld om pups bij uit te zetten, en via deze adressen te verkopen. Ook zij weten dat een thuisadres meer vertrouwen wekt dan een vieze schuur met donkere hokken…. Veel pups die in Hongarije of Bulgarije worden gefokt, worden ook uitgezet bij gezinnen in een woonwijk voor de verkoop! Check het vaccinatieboekje/paspoort!


Check vooraf het vaccinatieboekje/paspoort: de pups zijn gevaccineerd op 6 weken (en eventueel 9 en 12 als de pup ouder is dan 9 weken) bij een dierenarts in de buurt van de verkoper/fokker. Dus: een Nederlandse pup heeft een Nederlands paspoortje/vaccinatieboekje, met handtekening, stempels en tekst van een Nederlandse dierenarts. Ook is de pup gechipt, meestal op de datum van de eerste vaccinatie, of indien het een echte rashond is door de chipper van de Raad van Beheer, voor de 7 weken. NB De chip(gegevens) moet u zelf weer laten registreren op uw naam.

Pups uit het buitenland mogen niet voordat ze 15 weken oud zijn, en ook de hondsdolheid (Rabies) vaccinaties hebben gehad, over de grens. Pups kunnen hiertegen niet voor 12 weken gevaccineerd worden, en moeten dan nog 3 weken wachten. Herkent u een pup van 15 weken? Pups van 15 weken ogen minder wollig en schattig dan pups van 6-8 weken, maar een leek ziet geen verschil. Ook wil de broodfokker zo min mogelijk geld uitgeven, dus des te jonger pups weg kunnen, des te beter. Daarom wordt hier veel mee gesjoemeld, de leeftijd klopt niet of de vaccinaties niet. Met alle risico's van dien!

Trap niet in 'Garantie'. Waarin staat dat u een nieuwe pup krijgt ... U wilt géén zieke pup, en al helemaal geen zieke inleveren voor een nieuwe toch? Een goede fokker heeft overigens wel een deugdelijk koopcontract, maar geen voorraad nieuwe pups ...


De moederhond moet aanwezig zijn bij de pups. Ook al zien de pups en de bakken er nog zo schoon uit, er moet een moederhond aanwezig zijn. Aan de interactie tussen de moeder en de pups, en de tepels, kunt u zien of dit écht de moederhond is. Heeft u er geen verstand van? Neem dan sowieso iemand mee die er wél verstand van heeft. 


Tip: Herken foto’s! Veel broodfokkers maken eenmalig foto’s van de pups op de leeftijd dat ze ze nét binnen hebben: u ziet ze allemaal voor dezelfde achtergrond, in dezelfde omgeving. Bijvoorbeeld op een tafel, een bankje – met een bloemetje ernaast –, op hetzelfde veldje, of zelfs in een boom …

Een goede fokker heeft héél veel foto’s en filmpjes van de moeder en vaderhond. En van de pups vanaf (dekking en) geboorte tot nu, en in diverse situaties. Vraag hiernaar, voordat u gaat kijken!

Een verantwoordelijke fokker heeft geen pups van diverse rassen/types in dezelfde leeftijd rondlopen - zonder moederhond.

‘ 

Knoop het volgende heel goed in uw oren:

Er zijn dagelijks duizenden(!) pups te koop. Denk dus niet dat u een hond redt als u deze ene (zielige) pup meeneemt. U, samen met al die andere tig duizenden mensen die zo denken als u, houdt deze handel in stand.

Meer dan 80% van de pups die nu te koop zijn, zijn broodfokpups. De kans dat u een foute pup koopt via internet is dus veel groter dan dat u een goede treft.

Trap niet in hun mooie praatjes. Broodfokkers zijn héél doortrapt. Ze gebruiken wisselende namen, adressen en zelfs telefoonnummers. Wilt u achteraf verhaal halen, dan hoort u: Piep piep piep …. dit nummer is onbekend.

 

EEN BETROUWBARE FOKKER ZET U NOOIT ONDER DRUK!

Vraag een ervaren kennis, hondengedragstherapeut of -trainer naar de advertentie te kijken en mee te gaan. Als u dit voorlegt aan de verkoper, en deze staat hier niet voor open, dan is het sowieso al foute boel. Blijf er weg van! Een goede fokker heeft geen geheimen.


Nee zeggen

Weet u van uzelf dat u zwicht als u een pup ziet, en geen Nee kan zeggen? Neem dan iemand mee die dat wel kan, de hand op uw knip houdt, en u daar weg kan sleuren. Als het moet aan uw haren ….  Nog beter: stel u eerst de vraag of u geschikt bent voor een hond, de komende 10-15 jaar? Met alle tijd en moeite en geld die het kost. En ga er een maandje of wat over slapen en oriënteer u via betrouwbare kanalen.

Neem al helemaal geen kinderen mee als u – de eerste keer – bij pups gaat kijken. Dan is Nee zeggen nog lastiger.


Mocht u zich niet in kunnen houden, en toch via MP willen oriënteren: bekijk dan eens een week lang ALLE advertenties. Wat valt u op? Broodfokkers adverteren vaak met dezelfde plaatsnaam, en met dezelfde soort foto’s. Van pups van 8 weken. Je ziet géén foto’s van de pups dat ze jonger zijn, gezellig hun moeder in en rondom huis.

Klik op: ‘Bekijk meer advertenties’, en ziet u meerdere rassen onder dezelfde naam dan weet u dat dit de grote jongens zijn. Maar … juist handelaren zijn zo slim om juist onder andere namen te adverteren, en dus zelfs nesten uit te zetten bij gezinnen! Dus u ontmaskert ze zo niet allemaal en gemakkelijk via advertenties.

Vindt u een advertentie die u wat lijkt? Google! Veel broodfokkers zijn met naam en adres bekend. Op internet zijn vele sites te vinden waar zwarte lijsten op zijn gepubliceerd.

Betrek iemand met verstand van honden en veel ervaring bij uw plannen om een pup aan te willen schaffen. Oriënteer op ras en type en daarna op rasvereniging en fokker en heb geduld. Veel gedragstherapeuten of trainers van hondenscholen kunnen u hierbij prima begeleiden.


Koopt u wél, ondanks alle waarschuwingen, een pup via een handelaar/broodfokker, bedenk dan dat u deze lieden schatrijk maakt, over de rug van honden die onder gruwelijke omstandigheden moeten leven en produceren. Voor u. 

Gefeliciteerd! U bent nu de trotse eigenaar van pup met ZEER GROTE kans op levenslange mentale en/of fysieke ellende. Omdat u NU een pup wilde. En ga nu niet achteraf klagen ...


Voor een verantwoord, met liefde, gefokte pup moet u geduld hebben. 

Die kunt u niet NU meekrijgen of thuis laten bezorgen alsof het een pizza is.

 


Sorry, aardiger kan ik het niet maken.

Hanneke Reitsma -  hondenprofessional sinds 1992.


Lees ook dit: 

https://nos.nl/artikel/2367446-puppy-thuisbezorgen-moet-je-echt-niet-doen-zegt-toezichthouder-nvwa.html

donderdag 26 november 2020

Wat doe je dan eigenlijk?

... als gedragstherapeut voor honden


‘O wat leuk! Dus je traint honden?? ’

‘Dus je bent een soort hondenfluisteraar!’

Hoe vaak ik deze spontane reacties niet hoor …

Veel mensen denken dat je leuk honden aan het trainen bent, of magische dingen met honden doet. Maar eigenlijk help ik vooral eigenaren met hun hond. En via hen de hond. Een hond kan immers zijn gedrag niet zelf aanpassen – óók niet als ik hem train of het hem ‘influister’.

En, wanneer ik me alleen richt op het trainen van de hond, weet ik zeker dat het probleem daarmee niet – blijvend - wordt opgelost. Er zijn altijd onderliggende factoren, omstandigheden, die maken dat een hond doet zoals hij doet. Daarom begin ik altijd met een uitgebreide intake, bij de eigenaren thuis. 

Niet alleen stel ik vragen over de hond en het probleem - hoe het kwam en wat er gebeurde -, maar ook over allerhande zaken die in eerste instantie wellicht niets met het probleem te maken lijken te hebben. Zoals: waarom koos men voor dit ras/deze hond? Hoe was zijn jeugd? Hoe gaat men met de hond om? Hoe is het voor de hond, hoe is het voor het gezin? De leefomgeving is vaak relevant, hoe woont de hond? Hoe is de dynamiek binnen het gezin? En, vergeet vooral niet de factor gezondheid: hoe zit de hond in zijn vel? Als gedragstherapeut moet je een goede kijk hebben op hoe een gezonde hond eruit ziet en zich beweegt. Dikwijls blijkt pijn of ongemak (mede) oorzaak te zijn van angst of agressie.

Vaak speelt frustratie, onmacht of verdriet bij eigenaren, én de hond, een rol. Dat is niet zo gek, men is immers meestal dol op elkaar en leeft intensief samen. Dat samenleven is vaak anders uitgepakt dan hoe men het voor ogen had bij de aanschaf van die schattige pup. Waar ging het mis?

Regelmatig word ik pas gebeld op het moment dat men al radeloos bij de dierenarts stond om de hond een spuitje te laten geven. Maar dierenartsen laten, als het goed is, niet zo maar een gezonde hond inslapen. Aan mij de ‘eer’ hier nog gedegen onderzoek te doen: hoe staat het met het welzijn van de hond, en zijn omgeving? Is er een groot risico? Kan er nog positieve verandering plaatsvinden bij deze hond? Binnen dit gezin? Is herplaatsing een optie? Samenleven met, of in de buurt leven van een hond die een groot - potentieel - gevaar is, is bijzonder stressvol en belastend. Je moet als KGTer een goede risico-inschatting kunnen maken. Je beslist over leven en dood! Dat doe je niet ‘even’, en gaat niet in je koude kleren zitten.

 

Anders dan veel mensen nog steeds denken, is het gedrag van de hond maar tot bepaalde hoogte trainbaar. Dit heeft o.a. met het ras en het individuele karakter te maken. Je kan van een Mops geen Border Collie maken, en van een zacht type  geen harde jongen. En dat geldt tevens voor hun eigenaren, ook zij zijn maar tot bepaalde hoogte 'maakbaar'.

Wanneer je dus alleen de hond 'aanpakt' en niet aan onderliggende factoren werkt, en/of verkeerde adviezen geeft, zal niet alleen het probleemgedrag weer steeds de kop op kunnen steken, maar is de kans groot dat er ook andere problemen ontstaan. Wellicht nóg ernstigere...

Tegelijkertijd heb je als gedragstherapeut óók je eigen normen, waarden en ethische grens. (Daarover een volgende keer meer.)

Inzicht verschaffen is het allerbelangrijkste; wat heeft deze hond nodig, wat hebben zijn mensen nodig, en waar liggen de gezamenlijke mogelijkheden en de grenzen. Het is maatwerk. Een goede gedragstherapeut geeft heel specifieke uitleg en adviezen, met niet alleen oog voor het welzijn van de hond, maar ook voor iedereen in zijn leefomgeving - mens en dier.

Gelukkig lukt het meestal om een mooie, positieve, en blijvende verandering te bewerkstelligen, voor de hond en zijn eigenaren. Dat maakt voor mij het vak van de gedragstherapeut voor honden(eigenaren) tot een enerverend, maar prachtig beroep.

 

 

Nb Je begrijpt nu wellicht dat het beroep van gedragstherapeut niet iets is wat je gewoon maar ‘even’ doet omdat je van honden houdt, je hebt hier een gedegen en erkende opleiding voor nodig op hbo-niveau. Blijven bijscholen is essentieel - er zijn continu nieuwe (wetenschappelijke) inzichten. Kennis, inzicht én ervaring maken dat je steeds beter wordt in je vak. 















donderdag 12 november 2020

Wat is een goede hondenschool/trainer?

 

Op internet vind je genoeg richtlijnen voor waar een goede hondenschool aan moet voldoen. Tóch blijven er behoorlijke verschillen tussen hondenscholen en trainers bestaan, met name in hun visie en methode. Welke is nu goed en welke fout?

 

Inzichten veranderen

We weten al heel lang dat honden/mensen, dieren in het algemeen, hun gedrag meestal aanpassen door de gevolgen die ze ervan ondervinden. 

We weten ook al heel lang dat straffen, door middel van pijn en schrik, maakt dat de hond bepaald gedrag, in bepaalde context, stopt. Omdat pijn en schrik, en dat wat het veroorzaakt, de hond angst bezorgt. 

We weten óók dat bepaald gedrag toeneemt als het wordt beloond door dat waar het individu – op dat moment - behoefte aan heeft. Dat zijn voor de hond prettige dingen, zoals eten, aandacht, (na)jagen en spelen.

Inmiddels weten we ook dat de visie – honden willen altijd de baas worden, dus moet je ze met geweld onder de duim houden –, welke men als leidraad voor de opvoeding/training nam, achterhaald is*. Mede daarom trainen steeds meer hondenscholen tegenwoordig volgens ‘de positieve methode’, door te belonen met leuks/lekkers, en vaak het negeren van ongewenst gedrag.

 

Inmiddels weten we ook dat de emotionele systemen bij honden net zo werken als bij ons, en zij dus gevoelens net zo kunnen ervaren. Niet alleen vanuit basale emoties zoals angst of boosheid, maar bijvoorbeeld óók vanuit liefde en verdriet. Deze emoties kunnen niet alleen per moment veranderen, er is ook een bepaalde ‘basisstemming’ - een hang richting meer positieve of negatieve emoties -, die voor ieder individu anders is. 

Dat geldt ook voor behoeftes; zo heeft de een meer behoefte aan liefde, spel of aandacht, maar vindt een ander het ‘fijn’ om sluimerende boosheid te kunnen uiten of bijna dwangmatig controle te willen houden - wellicht uit onderhuidse angst.

Dit alles komt voort uit erfelijke aanleg, opvoeding, opgedane ervaringen, ziekte en ongemak, en dus de werking van de hersenen (emotionele systemen, hormonen etc.). Hoe dit allemaal exact in elkaar zit? De geleerden zijn hierover nog lang niet uitgeleerd, laat staan wij.

 

Objectief en subjectief

Terug naar die hondenschool en trainers: welke is dan goed of fout? Objectief bezien kan je stellen dat een hondenschool/trainer die goed is opgeleid, werkt middels de nieuwste inzichten, goede kennis en inzicht heeft, veel ervaring met diverse types honden heeft, en deze materie goed over kan brengen op de eigenaren, een goede hondenschool/trainer is.

 

En toch blijven er die diverse scholen, trainers en methodes … waarvan er een heleboel het predicaat 'fout' of 'slecht' zouden kunnen krijgen.

Dit komt dat doordat de eigenaar bepaalt waar en bij wie wordt getraind, en niet de hond. Die eigenaar, met zijn/haar eigen emoties, stemmingen, behoeftes én verwachtingen, bepaalt voor welke school en trainer wordt gekozen. Is de eigenaar teleurgesteld in zijn hond of boos of gefrustreerd dan bestaat de kans dat hij/zij een andere keuze maakt dan wanneer hij/zij verliefd op of vertederd is door de hond.


En hij of zij beoordeelt vervolgens of een school of trainer ‘goed’ is.

Dus ook al weten we dat bepaalde visies en methoden ‘achterhaald zijn’ of ‘het allemaal hondvriendelijker kan’, als de uitstraling/verwachtingen die een school/trainer wekt niet past bij de behoefte van de eigenaar, op dat moment, gaat de eigenaar er al niet heen. En als de behoefte van de eigenaar bij die school of trainer vervolgens niet of onvoldoende wordt vervuld, wordt de school/trainer als ‘niet goed’ beoordeeld.

'Goed' is dus subjectief. 

Ook al zou de hond wellicht een andere keuze hebben gemaakt… zijn eigenaar bepaalt.

 

*zoek op: dominantiemodel




woensdag 18 september 2019

KWESTIE VAN OPVOEDEN. TOCH?




A: ‘Waarom ben je eigenlijk met deze vrouw getrouwd, en niet met haar tweelingzus?’
B: ‘Eh … wat een vreemde vraag.’
A: ‘Nou? Waarom niet? Die heeft ook blond haar en is een stuk knapper.’
B: ‘Haha. Tja, maar dat is best een lastige dame hoor. Daar zou ik niet mee kunnen samenleven. En zij vast ook niet met mij.’
A: ‘Oh joh, maar dat is gewoon een kwestie van opvoeden. Beetje aardig doen en goed gedrag belonen. Verkeerd gedrag negeren, of anders eens goed corrigeren. En vooral consequent zijn.’


Raar gesprek? Natuurlijk! Dat soort vragen stel je meestal niet. Omdat we wéten dat geliefden, vrienden en ook werknemers niet zomaar inwisselbaar zijn. Omdat we weten dat zélfs tweelingen, ondanks dezelfde leefomgeving en opvoeding, zich divers ontwikkelen omdat ze andere persoonlijkheden hebben. (Eeneiige tweelingen uitgezonderd.) En, omdat we weten dat de ander proberen te veranderen, alleen onder bepaalde omstandigheden en tot bepaalde hoogte kan lukken - maar nog veel vaker tot conflicten en teleurstellingen leidt. 

Kiezen

Toch denken we als het gaat om honden vaak wél zo. We hebben hooggespannen verwachtingen van dit nieuwe gezinslid, maar kiezen onze pup op dat speciale kleurtje of vlekje, zijn exclusieve voorkomen of vanwege zijn grappige kop.
Of omdat kennissen er ook zo een hebben - en die is echt zo perfect!
Of we kiezen degene die, nét die ene keer dat we gingen kijken, zo vrolijk op ons af kwam lopen.
Of, we besluiten tóch die laatste, zielige, te nemen omdat de verkoper zei: ‘Als jullie hem vandaag niet nemen, dan is ie morgen weg’ - en de kinderen zich zo hebben verheugd.

Lief 

En waarom ook niet: alle honden worden toch allemaal even lief geboren? En honden zijn op te voeden en trainbaar: ‘Dat krijg ik er echt wel uit!’, of: ‘Met veel liefde en geduld komt alles goed’. Dat is wat we altijd geleerd hebben.
En honden zijn trouw. Die kunnen, anders dan een partner of werknemer, niet zomaar weglopen.

Individu 

Of het nu mens, hond, paard, kip, vis of spin betreft, ieder individu is anders. Ieder heeft zijn eigen temperament, voorkeuren, mogelijkheden en onmogelijkheden. Dat is immers nuttig in het dagelijks (samen)leven en voor de overleving van de soort.

Dat betekent dat er bij honden niet alleen behoorlijke verschillen bestaan tussen rassen, en bloedlijnen, maar ook binnen ieder nest. Een voorbeeldje van hoe divers pups binnen één nest kunnen zijn; welk van deze drie pups zou het beste bij jullie passen?
Reutje 1: heel mensgericht, niet snel uit het veld te slaan, maar ook heel eigengereid;
Reutje 2: energiek, snel geagiteerd, zelfs een beetje provocerend, maar wél zeer werklustig;
en Reutje 3: gevoelig en snel onzeker, maar wel heel knuffelig.
En de een houdt van nature meer van kinderen, en kan veel meer van ze hebben dan een ander. Dat is écht geen kwestie van alleen maar goed socialiseren, opvoeden en trainen ... 

Aanpassen

Als je toch zegt: ‘Mij maakt het écht niet uit! Iedereen is me even lief!’ Prima natuurlijk, maar heb je ook echt oog voor wat dat individu nodig heeft? Kun je jouw gedrag drastisch aanpassen en je leven zo inrichten dat je ook echt aan zijn of haar noden tegemoet kan komen? Dat je, bij wijze van spreken (maar voor sommige honden echt ...) zelfs bereid bent in een hutje op de hei te gaan wonen voor hem of haar?

Tijd

Als ik je een advies mag geven: neem de tijd. Bedenk dat er iedere dag duizenden(!) pups worden geboren. Bedenk dat een hond hopelijk minimaal 12 jaar mee gaat. Hoe ziet je leven er over 4 of 8 jaar uit ..? 

Neem de tijd om heel bewust te kiezen. Op ras/type. Op een goede, verantwoordelijke fokker - ongeacht ras of kruising of mix. Leer de ouderdieren kennen, de pups en hun leefomgeving, door meermaals te gaan kijken. En bedenk: één sneue pup bij een broodfokker 'redden', betekent: meewerken aan het fokken van nog meer pups onder erbarmelijke omstandigheden.

Zoek een fokker die je de tijd geeft, meedenkt, kritische vragen stelt, en zelfs ‘nee’ durft te verkopen - uit compassie met zijn/haar pups.
Kies een fokker die samen met jullie beslist welke pup het beste bij jullie, jullie leefomgeving en activiteiten past, en dat pas na de leeftijd van 6 a 7 weken doet (eventueel m.b.v. een gedegen puppytest). Vanaf die leeftijd is er immers pas echt iets te zeggen over de individuele karaktertjes.


Kies met je hart én verstand. Omdat het dier geen keuze heeft.





dinsdag 22 mei 2018

DE MAAKBAARHEIDSILLUSIE


Mensen die mij kennen, weten dat ik van de nuance ben. Toch heb ik in dit stuk de nuance bewust weggelaten. Omdat ik een tendens signaleer, waar ik - als mens en professional - wakker van kan liggen. Een tendens die meer en meer slachtoffers maakt: de maakbaarheidsillusie.


Ooit waren honden wolfachtigen. Sommige evolueerden tot hondachtige scharrelaars in de buurt van menselijke nederzettingen. Hun dagbesteding bestond uit eetbaars zoeken, beetje spelen, beetje kluiven, beetje graven, een beetje (na)jagen en veel beetjes niksen en slapen. Zij konden gewoon hond zijn en honds doen. 

Specialisten
Maar de mens wilde vooral nuttige honden. Bewuste selectie zorgde ervoor dat bepaalde eigenschappen werden versterkt en andere zelfs helemaal verdwenen. Een schaapherder fokte een herdershond voor het drijven en hoeden, géén Beagle. Een jager haalde het niet in zijn hoofd om met een Mops te gaan jagen. Als waakhond op het erf en bij de afgelegen kudde schafte men géén Labradoodletje aan maar een grote woeste waker die instinctief het verschil kent tussen mijn en dijn. 

Wie geschikt werd bevonden mocht blijven, wie ongeschikt was niet. Vaak was in het nest al duidelijk wie in potentie wel of niet geschikt was. Verdere, vaak eeuwenlange, selectie deed de rest.

De specialist-hond voert uit zichzelf zijn taak uit zodra de kans zich voordoet, hij kán niet anders. Een waakhond waakt. Een herdershond herdert/hoedt. Een jachthond jaagt/apporteert. En een vechthond ...  


Eén muisklik
Koppel dit aan het gegeven dat álle types honden, door íedereen, met één muisklik aan te schaffen zijn. Dan krijg je dit als resultaat:

- de imposante waakhond is op een flat komen wonen, met de verwachting dat hij de adhd-kinderen uit het gezin kan kalmeren. Maar niet mag blaffen en wel aardig moet doen tegen onbekenden in de lift. Intussen is hij gecastreerd vanwege zijn 'dominante en agressieve' gedrag, maar helpen deed het natuurlijk niet.

- de snelle, leergierige schapenherdershond heeft alleen nog dagelijkse uitjes naast de kinderwagen, mét prikband om. Want hij jaagt auto's, fietsers en alles wat beweegt na. Als iedereen naar het werk is, moet hij 8 uur lang ‘uit’ staan in de krappe bench. Mét medicatie vanwege 'verlatingsverdriet'. 

- de impulsief aangeschafte sledehond slijt - met zijn mooie blauwe ogen -  zijn dagen alleen tussen de Gamma-schuttingen, mét stroomband om - tegen huilen en slopen. Dromend van urenlange trektochten, samen met andere husky's. Driemaal daags wordt hij 10 minuten uitgelaten, mét anti-trektuig... 

- de stoere, atletische vechthond woont in een overvolle woonwijk, met achter iedere voordeur een hond. De verwachting was dat hij, door strenge opvoeding, niet alleen een geweldige ‘Nanny’ zou zijn, maar ook soortgenoten aardig zou gaan vinden, als zijn baas zich maar als alphaleider zou gedragen. Inmiddels heeft hij de 'keuze' tussen zijn extra stevige bench, kort aangelijnd en gemuilkorfd rondlopen en ... inbeslagname. 

Hoeveel honden mogen en kunnen er nog gewoon hond zijn? Ze hebben tegenwoordig vaak niet veel meer opties dan probleemgevend gedrag vertonen of in stilte lijden.


Trainen? Opvoeden?
Eerst vermaakte men de hond tot specialist, en nu meent men dat dit 'probleemgedrag' er wel 'even' uit getraind kan worden. 
Inmiddels zijn er trainers die goudgeld verdienen met ‘ik fix je hond in twee uurtjes’ - waarbij het welzijn van de hond niet het uitgangspunt is. En na een tijdje blijkt dat het een loze belofte was, met een hoge tol. 
Maar als het niet met de ene methode is, dan wel met die andere. Want honden worden immers 'niet vals geboren'? Het ligt immers ALTIJD aan de baas en de opvoeding?

Nee. Ieder individu (hond én mens) is maar tot bepaalde hoogte maakbaar. Socialisatie, opvoeding en training veranderen niet zijn aard. 
Het hele idee van maakbaarheid leidt tot onnodige frustratie, onmacht en verdriet. Bij mens én hond.


De maakbaarheidsillusie maakt kapot. 
Veel meer dan ons lief is.


De maakbaarheidsillusie leidt juist tot méér probleemgevend gedrag, méér ongelukken, en minder welzijn dan ooit. En uiteindelijk tot steeds minder acceptatie van honden in onze bomvolle maatschappij. 

Wordt het niet hoog tijd dat we vóór aanschaf zijn mogelijkheden én onmogelijkheden als uitgangspunt nemen? En die van onszelf? 
En de optie 'wij zijn ongeschikt' achter de hand houden?





Hanneke Reitsma